.
Oorspronkelijk lagen er verspreid over de gehele Indonesische archipel 22 Erebegraafplaatsen, in de jaren 1946-1952 aangelegd door de Gravendienst van het Koninklijk Nederlands Indische Leger (KNIL).

Na de souvereiniteitsoverdracht op 27 december 1949 werd het aantal Erevelden op verzoek van de Indonesische regering ingekrompen. Tot 1970 heeft het geduurd voor er overeenstemming over de Erevelden bereikt is. Nederland heeft daarbij verregaande concessies moeten doen, zoals o.a. het tractaat, waarin vastgelegd, dat de Nederlandse vlag uitsluitend gevoerd zal worden tijdens een te houden ceremoniële plechtigheid op de Erevelden. Dit houdt in, dat buiten de ceremoniëlen op 4 mei en 15 augustus een dagelijks voeren van de Nederlandse vlag uitgesloten is. Wrang!

De desbetreffende stoffelijke resten werden overgebracht naar 7 zich op Java bevindende Erevelden.

In onderstaand overzicht zijn de Erevelden vermeld waarvan het voortbestaan is verzekerd alsmede welke bijbegravingen aldaar hebben plaatsgevonden.

Plaats:   Erevelden:   Bijbegravingen van elders opgeheven Erevelden:
.        
JAKARTA   MENTENG PULO   Banjarmassin (1961), Tarakan (1964), Menado (1965),
        Palembang (1967), Balikpapan (1967), Makassar (1968),
        Cililitan (1968).
.        
    ANCOL   Banjarmassin (1961), Medan (1966), Makassar (1968),
        Mandor (1968).
.        
BANDUNG   PANDU   Muntok (1960), Palembang (1967), Makassar (1968),
CIMAHI   LEUWIGAJAH   Muntok (1960), Padang (1962), Tarakan (1964),
        Medan (1966), Palembang (1967), Balikpapan (1967).
.        
SEMARANG   CANDI   Palembang (1967), Makassar (1968).
.        
    KALIBANTENG   Tarakan (1964), Palembang (1967), Balikpapan (1967),
        Makassar (1968).
.        
SURABAYA   KEMBANG KUNING   Tarakan (1964), Kupang (1966), Ambon (1967),
        Balikpapan (1967), Makassar (1968), Nieuw Guinea (1974).
. 
Ereveld Candi
Foto:www.ogs.nll

Niet minder dan 120.000 militairen van de Koninklijke Landmacht hebben tussen 1945 en 1950 in Indië gediend als oorlogsvrijwilliger, beroepspersoneel en dienstplichtige. Van de Koninklijke Marine waren 20.000 man bij de strijd in de archipel betrokken en van het KNIL nog eens ca. 60.000. Al met al heeft Nederland in die jaren een strijdmacht van ruim 200.000 militairen op de been gebracht en gehouden. Een verbazingwekkend grote strijdmacht voor een klein land, dat zelf pas enorm berooid uit de Tweede Wereldoorlog was gekomen. En toen de inzet in de Oost beëindigd leek, begon deze opnieuw in Nieuw-Guinea, waar ca. 30.000 militairen hebben gediend tussen 1960-1963.

In totaal 24.668 doden liggen begraven op de 7 over Java verspreid liggende Erevelden. Militairen die gevallen zijn bij de Japanse aanval op Nederlands Indië, krijgsgevangenen en burgers, die tijdens de Japanse internering zijn omgekomen, slachtoffers die omgebracht zijn in de zogenaamde Bersiap-periode. Mannen, vrouwen en kinderen van verschillende landaard en geloof.

Daaronder eveneens 5.315 Nederlandse militairen, die tussen 17 augustus 1945 (uitroepen onafhankelijkheid) en 27 december 1949 (souvereiniteitsoverdracht) en de periode voor de Nieuw-Guinea overdracht (1960-1963), in opdracht van de Nederlandse regering en het parlement (de volksvertegenwoordiging!) verzet hebben moeten leveren tegen het Indonesische onafhankelijkheidsstreven.

In totaal zijn er 6.226 Nederlandse militairen gesneuveld tijdens de Indonesische vrijheidsstrijd tussen 1945-1950 en de strijd om Nederlands Nieuw Guinea tussen 1960-1963. Hiervan zijn 3.144 militairen afkomstig uit het KNIL en 3.084 uit de vanuit Nederland uitgezonden Koninklijke Landmacht, Luchtstrijdkrachten, Koninklijke Marine en het Korps Mariniers. 911 militairen hebben een tot nu toe onbekend gebleven grafligging. Van genoemde 6.226 militairen zijn er 101 omgekomen in de strijd om Nieuw Guinea.

 

 

 

 

 

 

 

Juup Geraedts, sergeant OVW-bataljon 2-13 R.I. ligt begraven op het Ereveld Candi te Semarang, Indonesia, Vak C, nummer 236.

Namens de gemeente Voerendaal legt Wiel Niks op 10 augustus 2011 een krans bij het graf van Juup Geraedts

 

 

 
Foto:Wiel Niks